Lijn 58 Baldwin 608A Dieselmotor
Terug
Beschrijving
 

Bodemplaat / Carter: Gelaste staalconstructie, met vierpunts bevestiging op het locomotiefonderstel, verlengd de lengte van de motor, met versterkte verlengingen voor ondersteuning van de hoofdgenerator. Dient tevens als reservoir voor de motorsmeerolie. Zware dwarsarmen uit gegoten staal ondersteunen de hoofdlagers. De hoofdlager boringen zijn met precisie gefreesd.
De bevestigingsbouten voor de motor aan het uiteinde van de generator, uitgerust met holle pluggen, dienen als afschuifblokken.

Frame: Gelaste, koolstof-molybdeen staalconstructie die het cilinderhuis en het bovenste deel van het carter vormt. Er worden Neopreen zittingen gebruikt.

Krukas: Thermisch behandeld, staalsmeedstuk geboord voor druksmering van alle lagers. De as dienst als tegengewicht en is dynamisch gebalanceerd. De koppelingsflens voor het vastschroeven van de krukas aan de generator is een integraal onderdeel van de as.

Hoofd-Lagers & krukpin: dunne duurzame koperen kussenlagers, gemonteerd op de bodemplaat. Uitneembaar via de carteropeningen zonder manipulatie van de krukas.

Cilindervoeringen: gelegeerd gietijzer, poreus verchroomd voor slijtvastheid. Het van een flens voorziene bovenste uiteinde past in de verzinkring van het frame, het onderste uiteinde is voorzien van rubberen afdichtringen tussen de voering en het frame. Deze opstelling maakt uitzetting en samentrekking van de voeringen als gevolg van thermische veranderingen mogelijk.

Zuigers: warmte behandelde aluminiumlegering, gekoeld door een continue stroom olie die door stalen spoelen loopt die in de zuigerkop zijn gegoten. Voorzien van vier conische en gedraaide compressieringen en drie olieterugslagringen.

Drijfstang: gesmeed, warmte behandeld gelegeerd staal, met verwisselbare kussenlagers. Drijfstangbouten zijn warmte behandeld gelegeerd staal. Bronzen holle bus. Stangen zijn opgesteld voor de druksmering van de holle bus-lagers en worden binnen gespecificeerde gewichtstoleranties gehouden voor een betere motorbalans.

Cilinderkoppen: getemperd hoogwaardig ijzer, bevestigd aan het frame door zes warmte behandelde steunen van gelegeerd staal. Elke kop is voorzien van twee uitlaat- en twee inlaatkleppen, met een brandstofinjector in het midden. Kleppen en bedieningsmechanismen zijn omsloten door verwijderbare aluminium deksels.

Kleppen: uitlaatkleppen en inlaatkleppen (elk twee) zijn van warmte behandeld gelegeerd staal. Elke klep is concentrisch aangebracht met twee veren van gelegeerd staal. Kleppen worden bediend door tuimelarmen die zijn gemonteerd op beugels bevestigd aan de cilinderkoppen. Wiparmen worden bediend door holle drukstangen die in nokvolgers met een dop zijn gemonteerd met massieve, volledig zwevende bronzen bussen en geharde stalen rollen en pennen, onder druk gesmeerd. Kleppen, tuimelaars en duwstangen worden gesmeerd vanuit het motordruksysteem.

Nokkenas: Nokkenas, met geïntegreerde nokken, bestaat uit twee delen die aan elkaar zijn geschroefd, waarbij elke sectie kan worden verwijderd.
Ondersteund door verwijderbare halve lager kussens, wordt deze aangedreven door een rolketting.

Snelheidsregelaar: elektro-hydraulisch, variabele snelheid, isochroon type (behoudt hetzelfde gemiddelde motortoerental, ongeacht de belasting), tandwiel aangedreven vanaf de nokkenas en elektrisch bediend met gasklep. Behoudt het gewenste motortoerental door de hoeveelheid brandstof te regelen die door de injectiepompen wordt geleverd.
De snelheidsregelaar heeft een laadregelaar en een smeerolie-uitschakelapparaat bij een te laag oliepeil. Oversnelheidsstop: centrifugaal aangestuurd type, tandwiel aangedreven door de krukas.
Schakelt de motor uit wanneer het motortoerental de vooraf ingestelde maximumsnelheid overschrijdt.

Brandstofsysteem: type met vaste injectie met geveerde sproeiers met meerdere gaten en afzonderlijke pompen voor elke cilinder. Gasolie wordt aan de pompen geleverd door een motor aangedreven brandstoftoevoerpomp. De zeef is aangebracht in de aanzuigleiding tussen de tank en de toevoerpomp. Het filter van het filterpatroon bevindt zich in de drukleiding tussen de toevoerpomp en de injectiepompen. Een afsluitklep die met de hand bediend kan worden vanaf de binnenkant of de buitenkant van de locomotief, bevind zich in de aanzuigleiding naar de toevoerpomp.
Een ontlastklep voor de brandstofinjectiepomp en een ontlastklep voor de brandstoftoevoerpomp zijn aanwezig.

Smeeroliesysteem: een verdringings tandwielpomp, door een ketting aangedreven vanaf de krukas, zuigt smeerolie uit de carter (bodemplaat) en laat deze door het systeem circuleren.
De olie gaat door een aanzuigzeef voordat deze de pomp binnengaat, en vervolgens door de juiste filters en een warmtewisselaar voordat deze naar de motoronderdelen wordt gevoerd. Een motor uitschakelapparaat dat is ingebouwd in de regelaar, zal de motor stoppen als de smeeroliedruk onder een vooraf bepaalde instelling daalt. Overdrukventielen zijn aanwezig voor warmtewisselaar, smeeroliepompen en filters.

Koelwatersysteem: een op de motor gemonteerde, ketting aangedreven centrifugaalpomp van Baldwin-ontwerp circuleert water door de motor, radiator en warmtewisselaar. De watertemperatuur wordt thermostatisch geregeld.

Blaasturbo: de uitlaatgasturbine en centrifugaal ventilator zijn gemonteerd op een gemeenschappelijke as. De uitlaatgasturbine gebruikt de energie van de uitlaatgassen om de centrifugaal blazer aan te drijven die lucht aan de motor levert door een luchtinlaatspruitstuk. De Blaasturbo zorgt voor volledig motorvermogen tot een hoogte van 8.000 m.

Oliebad Luchtfilter & Geluiddemper: Combi-oliebadluchtfilter en geluiddemper bestaande uit twee filterelementen zijn gemonteerd op een flexibel spruitstuk verbonden aan de motor.

Luchtinlaatspruitstuk: Versterkte en gelaste staalconstructie geleid de turbinelucht naar de cilinders. Uitlaatspruitstuk: Gelaste stalen buizen, geïsoleerd, geleiden de uitlaatgassen naar de Blaasturbo.

Ventilatie van het kleppendeksel: wordt tot stand gebracht door onderdruk middels een venturi verbonden met het luchtinlaatspruitstuk. De oliedamp komt in de atmosfeer.
De gecondenseerde olie in de scheider wordt opgevangen en teruggevoerd naar de oliecarter.